Mijn oranje gevoel

 

 

 

OranjeZondag vroegavond 7 juli 1974. Onze huiskamer zat vol. Mensen kwamen bij ons de WK-finale kijken omdat wij al een kleurentelevisie hadden. Ik was zes jaar oud en vergeet nooit meer dat een kennis, met zijn bord friet in zijn hand, op zijn knieën, keihard ’de Nees, de Nees.’ riep. Ik was al geschokt dat we voor het eerst voor de tv mochten eten maar dat er hard geschreeuwd werd was ik al helemaal niet gewend. Dat mocht ook helemaal niet. Ik vond het maar raar, dat voetbal.

Vier jaar later liep ik met een zelfgekrijt bord daags na de finale door onze buurt. ’PSV wint Europacup.’ Het kan verkeren.

Weer tien jaar later reed ik in mijn Simca 1000 met vrienden naar Duitsland. Ik zag in Düsseldorf en in Gelsenkirchen Nederland winnen van respectievelijk Engeland en Ierland. Door een inschattingsfout van mijn moeder was ik er in Hamburg niet bij toen Van Basten op aangeven van Wouters de 2-1 tegen Duitsland naar binnen veegde. Ik was wel in Nijmegen waar ik met heel veel studenten een soort bevrijdingsfeest vierde. Onvergetelijke vreugde was dat.

Dat moment in de Nederlandse geschiedenis moet misschien niet onderschat worden. We wonnen eindelijk op een belangrijk moment van de Duitsers. Jarenlange opgekropte frustratie uitte zich nu in feestvreugde. Mooi was dat.

Ikzelf heb overigens nooit die frustratie gevoeld. Sterker nog; ik ben al sinds mijn prille jeugd Duitsland-fan. Dat begon met ’Die Sendung mit der Maus en de Mainzelmännchen en ging via Tatort en Derrick naar Berlijn en bijna een keuze voor ‘Duitslandstudies.’ Ik koos ook bewust in 4-vwo voor Duits als examenvak. Ik hou van de taal en hoewel ik in vele opzichten niet aan het beeld van de prototype Duitser voldoe hou ik ook van de mensen. Ik hou zeker van het feit hoe Duitsland met beschaving en rücksicht is omgegaan met de erfenis van de Tweede Wereldoorlog. Bewonderenswaardig hoe dit land zich weer heeft opgericht en overal respect afdwingt.

1988 was ook voor mij een keerpunt. Het Nederlands elftal werd daarna definitief van de hoempaklompenbende en de vlaggetjesblijheidsparade. Het dieptepunt was het WK van 1990 waar het Nederlands elftal afdroop na een beschamende wedstrijd tegen Duitsland. Ik had er niet meer zoveel mee. Het Nederlands elftal was voor mij niets bijzonders meer. Ik richtte me, als voorheen, vol passie op PSV. Maar ik ben Nederlander dus op WK’s ben ik voor Nederland. Ik heb echter ook sympathie voor het Duitse elftal. En ik betrapte me erop dat ik ook juichte voor Zwitserland. (zes generaties terug waren de Dubachen Zwitsers 😉 ). Ik geniet nog steeds van internationaal voetbal op het hoogste niveau maar ben wel meer neutraal geworden. Dus vanavond ben ik blij als Nederland wint en morgen heb ik hetzelfde met de Duitsers. Maar euforisch word ik er niet meer van. Dat is voorbehouden aan PSV (als ze weer eens wat gaan winnen, that is).

Benieuwd of iemand me dat nog euvel duidt.