De belangrijkste bijzaak

fotoVanavond mag ik weer naar het stadion. Gratis met mijn seizoenkaart. Voor het 33e jaar op rij of daaromtrent. Ik fietste net langs het stadion en besefte dat dit nog de enige plek is waar ik sinds mijn tienerjaren regelmatig kom. Het ouderlijk huis is door een ander bewoond, een stamkroeg heb ik niet meer en bij de Ram Bam kom ik zelden meer 😉

Sinds ik eind jaren zeventig, achter op de fiets bij mijn vader, gebiologeerd opkeek tegen de gebogen rood-witte banen van de hoofdtribune aan de Frederiklaan heb ik een onbestemd verlangen om elke thuiswedstrijd aanwezig te zijn.

Vroeger nog met herkenbare spelers die in een Opel Manta reden. Daarna met vedetten waar je tegenop keek en tegenwoordig met vaak ongrijpbare, zielloze spelers. En toch blijft dat kleine lapje grond, grenzend aan Philipsdorp, trekken.

 

Ik groeide er op. Liep in mijn bomberjack mee tussen de harde kern. Heb veel successen beleefd en ook een paar teleurstellingen. Liet op de L-side lauwe pis over me uitstrooien en was daar vaak uren van te voren al te vinden omdat je anders geen goeie plek had. Ik klom stiekem van de jeugdtribune naar de hoofdtribune en werd vaker dan me lief was teruggejaagd. Ik heb Thoresen zien scoren, het Kaiserslautern incident meegemaakt, de bloedstollende halve finale tegen Real Madrid, kreeg kippenvel in mijn hoofd van de treffer van Park tegen Milan en was erbij tijdens het wonder van 29 april 2007.

PSV maar vooral ook het stadion en die specifieke plek zijn een belangrijk deel van mijn leven. Mijn tienerjaren liggen er, toen ik student was kwam ik er en ook nu, als vader van twee kinderen, sla ik zelden een wedstrijd over. Het is de belangrijkste bijzaak in mijn leven.

De plannen om het stadion te verplaatsen zullen toch niet echt zijn? Voorlopig koester ik de vele mooie herinneringen van deze bijzondere plek uit mijn leven.