Unesco werelderfgoed in Berlijn

IMG_1768

 

Op de Unesco werelderfgoedlijst staan in Duitsland 37 cultuur- of natuurmonumenten die voor het wereldnageslacht behouden moeten blijven. In Nederland staan tien monumenten op die lijst. Waaronder de Amsterdamse grachtengordel en de Van Nellefabriek in Rotterdam.

In Berlijn vermeldt de lijst naast de Museuminsel en de sloten (kastelen) en tuinen rondom Slot Sanssouci nog zes ‘Wohnsiedlungen’ van de modernen. Gisteren bezocht ik er vijf op één dag (eentje zag ik al eerder).

De zes door de UNESCO uitgekozen woonwijken in Berlijn ontstonden tussen 1913 en 1934. Architecten van het klassieke modernisme, met name Bruno Taut, Hans Scharoun en Walter Gropius gaven op het hun eigen architectonisch niveau reactie op de woningnood na de Eerste Wereldoorlog. Ze maakten moderne, betaalbare woningen met een keuken, badkamer en vaak een balkon in huizen met licht, lucht en zon. In tegenstelling dus tot de vele ‘Mietskasernen’ die in die jaren uit de grond werden gestampt met vaak donkere achtertuinen en zijvleugels.  De hoogwaardige architectuur, de aparte bouwwijze, het werken met kleuren en de plattegronden waren een voorbeeld voor vele architecten in de 20e eeuw.

1.  Gartenstadt Falkenberg; Tuschkastensiedlung

Dit is de oudste wijk van de zes en ontworpen door Bruno Taut. Zijn motto: ‘Farbe ist Lebensfreude’ komt in deze ‘verfdooswijk’ goed tot uiting. Het is een kleine fijne wijk net achter het S-Bahn station Grünau. Als je er, zoals ik, op een zonnige dag doorheen wandelt waan je je in een dorp maar dan wel een dorp waarvan je een glimlach op je gezicht krijgt.

Waar in Berlijn: S-Bahn Grünau achteruitgang en borden volgen (500 meter lopen)

 

2. Britz: Hufeisensiedlung

Bruno Taut tekende voor het bijzondere ontwerp. Taut was deel van de beweging ‘des Neunen Bauens’ die zoals gezegd met nieuwe efficiënte  methoden en inzichten bouwden. ‘Hufeisen’ betekent hoefijzer en het hoofdgebouw van de ‘Siedlung’ heeft precies die vorm. Zie hier een luchtfoto. De rest van de wijk is kleurrijk en lommerrijk, je gelooft niet dat je in een Grossstadt bent laat staan in Neukölln. De huizen eromheen hebben allemaal een tuin en zijn enkele jaren geleden allemaal verkocht. Het hoefijzer zelf is nog steeds in handen van de woningbouw.

Waar in Berlijn: U-Bahn Blaschkoallee (750 meter lopen)

IMG_5646

 

 

 

 

 

 

 

3. Prenzlauer Berg: Wohnstadt Carl Legien

Deze wijk ligt het dichtst bij het centrum van alle Siedlungen en Taut (hij weer) maakte er geen verdichte woningbouw van maar creëerde een wijk met een heel ruimtelijk beeld. Met tussen de blokken grote gezamenlijke tuinen en natuurlijk weer veel kleur maar nu meer in de details.

Waar in Berlijn: S-Bahnhof Prenzlauer Allee (borden volgen, 6oo meter lopen)

 

4. Wedding: Siedlung Schillerpark

Hier had Taut als inspiratiebron de Nederlandse architect Oud en gebruikte hij ook de bakstenen van de moderne Amsterdamse school. De wijk ligt overigens schitterend aan het Schillerpark in Wedding. Daar zijn ook nog twee authentiek toiletgebouwtjes te vinden die deel uitmaakten van de Siedlung. Aan de noordkant is een kleine, fijne tentoonstelling over de wijk. Wel even vragen of ze de deur voor je open doen.

Waar in Berlijn: U-Bahnhof Rehberge (borden volgen)

5. Reinickendorf: Weisse Stadt

Het Witte Dorp van Berlijn heet Weisse Stadt. Qua strakheid doet het wel wat denken aan de Eindhovense variant. Eind jaren twintig was er weinig geld en toch kon deze wijk gebouwd worden. Dat gebeurde in een zakelijke, rationele stijl maar wel weer met kleuraccenten in de kozijnen en dakgoten. Er waren ook 25 winkels voorzien en een centrale wasserij. De klok in het midden vind ik helemaal geweldig. En ook hier weer veel groen tussen de woonblokken.

Waar in Berlijn: U-Bahnhof Paracelsus Bad (alleen al om die naam zou je er heen moeten willen 😉 )

6. Grosssiedlung Siemensstadt

En het Philipsdorp van Berlijn heet Siemensstadt. Hoewel in tegenstelling tot het Eindhovense Philips, het bedrijf Siemens niets te maken had met de woningbouw an sich. De inrichting van Siemensstadt is heel divers en dat komt omdat verschillende architecten hieraan meegewerkt hebben. Walter Gropius die vooral heel zakelijk en functioneel bouwde, Scharoun (die ook in de wijk woonde en tekende voor een uitbreiding na de Tweede Wereldoorlog) ontwierp bijna romantische balkonwoningen. De wijk had stadsverwarming en een centrale wasserij en was een voorbeeld was voor vele wijken in Berlijn.

Het leukste wat ik hier leerde was dat de nazi’s totaal niet gecharmeerd waren van platte, strakke daken. Er moesten dakpannen op! Taut vluchtte overigens voor de nazi’s omdat hij als Bolsjewiek werd aangemerkt. Hij kreeg een baan in Turkije midden jaren dertig en stierf daar.

Waar in Berlijn: U-Bahnhof Siemensdamm (direct vanaf de uitgang)

 

TIP: Als je weinig tijd hebt dan zou ik een keuze maken uit Falkenberg (maar heel klein en verste weg), Hufeisensiedlung of Siemensstadt (erg leuke tour met negen informatieborden langs de weg).