Was ik maar een kat, dan had ik er alvast negen…...

In de avondzon op een balkon. Ergens in Nijmegen op de 10e verdieping van een studentenflat. Ik drink een biertje. Het is zomaar een late donderdagmiddag en ik ben 6-vwo scholier. Mijn toenmalige vriendin studeert al in Nijmegen en ik ben op bezoek. Ik zit alleen en laat de zonnestralen mijn gezicht beschijnen. Ik ben onbeschrijfelijk gelukkig. Daar op dat moment voel ik een vrijheid die ik nooit eerder heb gevoeld. Dat ik dat gewoon doe. Een biertje drinken. Geen ouders in de buurt. Geen verplichtingen. Daar zitten en zijn. Vrij zijn. Man, wat is dat gaaf. Nooit meer heb ik dat zó gevoeld.  Een paar weken geleden fietste ik door de avondstraten van Tilburg. Langs hoge statige vooroorlogse huizen. Heel even voelde ik weer wat ik als beginnend student voelde. Een gevoel van stoerheid, van vrijheid. Daar fiets ik dan toch maar alleen in een vreemde stad. De geur van kachels, de neonverlichting en de hoge façades. De keuze van links of rechts. Of rechtdoor. De anonimiteit. Heel even had ik dat gevoel weer. Maar het verdween door mijn door de jaren heen gelouterde brein. Achtenveertig en geen achttien. Het échte eerste gevoel komt nooit meer.  En zo zal ik nooit voelen hoe het is om in een stad als Berlijn op te groeien. Duits als moedertaal te hebben en vreemd op te kijken tegen al die toeristen. Ik heb nooit de helft van mijn leven achter een muur gewoond. Noch in een enclave aan de andere kant. Ik zou dat gevoel wel willen hebben.  Maar dat kan niet. Omdat sommige dingen zich nu eenmaal afspelen in een bepaalde volgorde. Het leven voltrekt zich. het voltrekt zich, deels bepaald door het lot, deels door je omgeving, deels door jezelf. En er is een...