Een dikke twintig jaar online...

Ergens eind jaren tachtig stond ik voor een muur. Een paar kilometer achter die muur stond Christiane. Nota bene bij de Weltzeituhr te wachten op mij. Ik kreeg geen visum en kon haar niet ontmoeten. Ik kon haar niet even mobiel bellen, laat staan dat ik haar een mailtje of Twitterbericht kon sturen. Ik kon alleen schreeuwen tegen een blinde muur. Een inspirerende frustratie. Iets later ontdekte ik in mijn studentenkamer de wondere wereld van het internet. Volgens mij waren wij via een kabelsysteem aangesloten op SURFnet. Een universitair initiatief dat in 1985 was gestart om wereldwijd verbindingen tussen uni’s te leggen. Probleem was wel dat je, zoals ik het me herinner, een dikke pil met programmeertaal moest doorwroeten om daadwerkelijk ergens anders contact te leggen. Gelukkig woonde er ook een briljante informaticus in spé in de flat. En zo zaten twee hyperende communicatiewetenschappers achter een gestreste computerman in een klein kamertje in Nijmegen toen de eerste verbinding met de wereld tot stand kwam. Vanaf Nijmegen-Oost contact met iemand uit IJsland en een figuur uit Chicago. Volgens mij speelden we een spelletje schaak. Foto’s versturen ging nog niet maar je kon wel een printje op de uni laten maken. De volgende dag wist je dan met wie je gesproken had. Mijn hart klopte sneller. We beseften daar met zijn drieën heel goed dat we aan het begin van een revolutie zaten. We wisten alleen nog niet hoe die opstand er uit zou zien. Een tijdje klooiden we wat aan. Maar het was machtig om met onbekenden over de hele wereld contact te hebben zonder dat je moest bellen. Nee, dat was magisch, dat was nieuw en wij voelden ons experimenterende koningen in een wereld van onwetenden. Eind 1994 streek ik weer in Eindhoven neer...

Blijven lachen

1986. Mijn kamertjes thuis. BBC World Service kraakte door de luidsprekers van mijn krantengeldinstallatie. De Russen deden er luchtig over maar ik wist al snel beter. Nieuwsverslaafd ben ik altijd geweest. En ik schakelde tussen alle radiozenders die ik kon vinden. Ik wilde alles weten. De onzekerheid was groot, mijn angst ook. Te weinig informatie. Ondanks de deskundigen die al snel over elkaar heen vielen om deze ramp te duiden. Wat als ‘de wolk’ kwam. Moest je jodium slikken? Mocht je nog wel sla eten? Moest ik vluchten? Overleven die mensen wel? Worden we allemaal verminkt? Wordt het leven ooit weer hetzelfde? Ik was 18, een VWO scholier en naast newsjunk toch eigenlijk gewoon als iedere andere gezonde jongen verslaafd aan meisjes, muziek en uitgaan. Maar precies 25 jaar geleden was ik even bang. Bang voor de toekomst. In een tijd zonder internet waren de nieuwsbronnen trager en schaarser. Mijn angst werd dus maar langzaam weggenomen. Toch ebt alles weg. Ook dit. Maar vandaag komt het weer even terug. En het leven gaat door. Ook voor deze vrouwen in Tsjernobyl. Zij wilden daar niet weg. Blijven...

>3000 Gedachten

Mijn vader is op 21 april 2001 overleden. Precies 10 jaar geleden. In dat decennium heb ik bijna elke dag wel een keer aan hem gedacht. Meer dan 3000 gedachten. De meeste positief. Vanavond drinken mijn broer en ik een trappistje op je! Proost jongen! [youtube=http://www.youtube.com/watch?v=8wxVTIB6qE4] Ik ben trots dat ik soms op je...

Meer dan een halve eeuw…...

Gisteren was het open dag in het huis van mijn ouders. Ze hebben in dat huis samen veertig jaar en mijn moeder zelfs vijftig jaar gewoond. Ik ben er geboren en lief en leed is er gedeeld. Het was zomaar een idee om vrienden, familie en kennissen afscheid te laten nemen van het huis, de spulletjes en de plek. Mensen mochten ook een aandenken meenemen. We wisten dan ook niet wat we moesten verwachten. Maar wat was het een geslaagde dag! Heel veel mensen wilden graag nog een keer bij Mientje (en Cor) zijn. Nog een keer die geur opsnuiven, nog een keer in die vertrouwde omgeving zijn. We hebben ook veel mensen blij gemaakt met spullen. De een met spulletjes voor een kind dat op kamers ging, de ander met plantjes voor in de tuin. Weer een ander met Mientje’s sporttas of met een hangertje of schilderijtje. Geweldig om te zien, geweldig om mogelijk te maken. Maar ik zag ook verdriet. Vrienden en familie die al meer dan een halve eeuw bij mijn ouders kwamen en dat nu nooit meer zullen doen. Ik vergeet het beeld nooit meer van een vriend van mijn ouders die huilend afscheid nam. Beeldjes die mijn vader ooit zelf had gemaakt stevig in zijn handen. Alsof hij nog even wilde vasthouden aan wat eens was. Er is een tijdperk voorbij. Wij bouwen nu aan dezelfde vriendschappen. Ergens hoop je dat je ooit ook zo gemist wordt. Dan heb je het goed gedaan. Ik proost vanavond op...

Nostalgie

Ik zag vanmiddag deze foto’s en toen overviel het me weer. Nostalgie. Een vreemd gevoel. Ik ben van de vooruitgang, van nieuwe dingen, van early adopten, van modernisme en vooral van deze tijd. Nostalgie is niets van dat. Nostalgie is een gevoel. Een buikgevoel. Soms prettig, maar vaak ook van een onbeantwoord verlangen, een horizon die achter je ligt terwijl je vooruit wordt geblazen. Je kunt erin zwelgen en dat doe ik dan ook af en toe. Maar nostalgie blijft onbestemd. Je zwelgt een eind heen maar komt nooit uit op het punt dat je ooit, bijna altijd onbewust, hebt achtergelaten. Als achtjarig jongetje passeerde ik niet de poort van het oude St. Josephziekenhuis om te bedenken dat dit een stukje nostalgie to be zou worden. Mijn neusamandelen, waar ik trouwens niet met weemoed aan terugdenk, moesten eruit. Punt. Maar nu bekijk ik deze foto en loop ik in gedachten met mijn moeder over het binnenterrein. Bewonder het hoge bakstenen gebouw en hoor mezelf zeuren om een koek. Ik verfoei de mensen die besloten om het af te breken en zou wensen dat het weer in volle glorie te bewonderen was aan de Aalsterweg. Die hang naar vroeger zit altijd weer even in mijn systeem. Ik vraag me dan ineens weer af wat hoe de bewoners van ons huis tijdens de oorlog leefden, hoe mijn vader over diezelfde Aalsterweg fietste in pak-hem-beet 1973. Gelukkig blijf ik er niet in hangen. Morgenvroeg schreeuwt een van mijn dochters me weer 2011 in. Toch sta ik sterk achter de gedachte “niet slopen, tenzij.” Een echt gebouw zegt meer dan 1000 foto’s, al zijn er die gelukkig nog! En tsja, als er dan toch gesloopt wordt is de nostalgie des te heviger. En ergens is dat onbestemde gevoel...

Een oude vraag heropend; Meerhovenaren meld u!...

Ik woon in oud-Stratum. Zes minuten fietsen van de stad. Wat me enorm bevalt hier is de pluriformiteit van de bewoners. Als ik alleen al naar mijn straat kijk dan wonen er: studenten, werkende jongeren, gezinnen in alle formaten, kunstenaars en zelfs nog oude oma’s die nog voor zichzelf zorgen. Dat is organisch zo gegroeid. Hier worden goedkope en dure (jaren 30) huizen afgewisseld met een plein, een parkje, een kerk die heerlijk de uren aankondigt, een bakker op de hoek, volwassen bomen, een oud schoolgebouw, een tweedehands kinderkledingwinkel, een stomerij, een bloemist, een visboer, diverse kroegen, een speelgoedwinkel, een tandarts, een pompstation, een toko, een shoarmatent, een curiosa winkeltje en op vrijdag een weekmarkt! Allemaal op loopafstand en niet eenvormig weggestopt in een winkelcentrum maar steeds op weer een andere hoek of verrassende locatie. Ik loop zo de Genneper Parken in en ook het Stadswandelpark is een volwassen park vlakbij. Op een zonnige dag wordt dat direct bevolkt door leerlingen van het Van Maerlant, ouderen, hondenuitlaters, joggers en genieten er mensen van een flesje rosé in de zon. Ieder zijn meug, maar ik vind het heerlijk om de dynamiek, het lawaai en de nabijheid van voorzieningen van een stad van heel dichtbij te ervaren. Ik zou me bijvoorbeeld in Meerhoven, zo weggestopt tussen Veldhoven en Eindhoven, ongelukkig gaan voelen. Dit ondanks de vaak mooie huizen van superkwaliteit. 
En ik besef dat ‘nabijheid’ een gevoel is. Maar ik word rustig van het feit dat ik op loop- of fietsafstand zit van bijvoorbeeld de AH XL, de nachtwinkel, het zwembad en café Casino aan de Aalsterweg! Maar ook in Meerhoven wonen mensen met veel plezier in Eindhoven. Ik ken er een paar en die vonden het niet ideaal, maar de prijs dreef hen destijds naar...