Geachte heer Van Agt,

Dit epistel is reeds de tweede brief die ik u in mijn nog niet al te lange leven schrijf. Het eerste schrijfsel verzond ik in mei 1977. Ik was toen een ietwat wijze, negenjarige jongen, die volledig in beslag werd genomen door de gebeurtenissen in met name Bovensmilde. Ik had een oplossing uitgedokterd die het leven van de kinderen zou sparen en waardoor ik goed kon onderhandelen met de gijzelnemers. Als u mij zou uitnodigen dan zou ik u, en alleen uzelve, kond doen van mijn plannen. Natuurlijk belde u mij niet en na al die jaren weet ik ook de exacte inhoud van mijn oplossing niet meer. Ik was destijds hevig teleurgesteld en zat me te verbijten voor het toestel. Het kwam niet in mijn nog onvolgroeide brein op dat er wellicht bij die kinderen ziektekiemen op het menu hadden gestaan. De standaard bedankbrief, die maanden later op de deurmat viel, bewaarde ik lang en moet nog ergens liggen.

Toch heeft dit niet tot een trauma jegens uw persoon geleid. Sterker nog, ik ben u gaan volgen en was die tijd al hevig geïnteresseerd in de enorme polarisatie in de Nederlandse politiek. Ook waardeerde ik uw taalgebruik zeer. Het mag dan getypeerd worden als archaïsch en dat op zich is al geweldig, omdat die benaming van uw spraakkunst alleen al prachtig is. Ik ben zojuist teruggekeerd van vakantie en hield mij ‘s avonds onledig met het lezen van uw biografie. Deze lag al maanden te stofnesten in de kast en de zwoele zomeravonden in de Ardeche leenden zich uitstekend om de 511 pagina’s geschiedenis tot mij te nemen.

Ik schrijf u deze brief uit bewondering. U bent altijd uzelf gebleven en bedreef politiek niet volgens de Haagse regeltjes maar vaak vanuit uw hart. Dat u daarbij soms harde maatregelen niet schuwde pleit voor u net als de ongedwongen manier van leidinggeven de tijd ver vooruit was. U had de moed om vast te houden aan standpunten maar ze soms ook los te laten en durfde eerlijk en persoonlijk te zijn. Het schept verder een band dat u, net als ik, uit een dorp net buiten Eindhoven komt en daarna ook in Nijmegen aan de universiteit studeerde. Ik ben het zeker niet altijd met u eens, ben een vrijzinnig democraat, maar ik begrijp nu beter hoe u soms tot bepaalde stellingen en gedragingen kwam. Hoge bomen vangen veel wind en dat noopt soms tot drastische maatregelen. Ik meen te snappen waarom u dan nu ook zo verbeten vecht voor de Palestijnse zaak. Ook hier zal de waarheid (en oplossing) wel in het midden liggen, maar zonder tegenpolen van formaat vormt zich geen afgerond einde.

Eens in mijn leven had ik de kans om u persoonlijk de hand te schudden maar heb dat toen nagelaten. Dit was op het afscheid van mijn toenmalige directeur de heer G. Ik meende u niet te moeten storen met mijn privé-zaken, maar had u graag gevraagd of u zich mijn brief van destijds nog herinnerde. Inmiddels weet ik, na het lezen van uw biografie, dat die kans vrijwel nihil is, gezien de enorme hoeveelheid brieven die men u deed toekomen. Welnu, ik spreek de hoop uit dat u deze brief wel leest en wil u zeggen dat ik inmiddels vrede heb met de afloop in 1977. Nu nog eenzelfde wonder in het Midden-Oosten verrichten.

Het gaat u en de uwen goed!

Marc Dubach
Eindhoven

Ik publiceer deze brief ook op mijn blog (https://www.marcdubach.nl) opdat mijn volgers wellicht ook de biografie gaan lezen en juweeltjes als deze quote mogen bewonderen.

Dit is het antwoord van Van Agt op een kamervraag over het afzien van strafrechtelijk optreden tegen naaktlopers. (uit: Van Agt, Tour de Force, Biografie, Johan van Merrienboer c.s., blz. 78).

Het blootschichten of naaktijlen is een ook in kwantitatief opzicht singuliere gedraging. Het verschijnsel heeft weinig om het lijf. Het doet zich te sporadisch voor om daarvoor een vervolgingsbeleid te formuleren. Toepassing van de bijkans alom aanvaarde gedachte, dat strafrechtelijke repressie ultimum remedium dient te zijn, leidt er overigens toe vooralsnog de uitwerking van andersoortige sancties af te wachten, met name de klimatologische van het kou vatten en de sociale dat zich alras meewarigheid en verveling meester maken van wie een rariteit in reprise krijgt te aanschouwen.