M.

M. en ik hadden een speciale band, met name op vakanties. We hebben het dan over eind jaren tachtig, begin negentiger jaren. In die tijd waren M. en ik er altijd bij in wisselende samenstelling. Wij waren ook die hearts als het ging om stappen. Een avond niet stappen was een avond niet leven dus ook daar vonden we elkaar. Met name als de niet onaantrekkelijke M. weer eens een enge autochtoon of obscuur buitenlands stapvee achter haar kont had hangen. Ik speelde dan altijd haar grote broer en ontfermde me over de vaak gespeeld bange M. We hadden nooit iets met elkaar. Op de een of andere manier was dat een natuurlijke afspraak die we allebei niet wilden schenden.

Het was, vaak tot ergernis van het gezelschap, onze hobby om tot in den treure te discussiĆ«ren over de meest onbelangrijke onderwerpen. Ik herinner me een hoog oplaaiende discussie of Fuji of Kodak het duurste A-merk was en of je de wisselkoers van de Dinar wel of niet met cijfers achter de komma moest omrekenen. We waren daarna altijd even boos maar daarna werd er vaak onbedaarlijk om gelachen, wat niet wilde zeggen dat het onderwerp jaren later niet nog eens terug zou kunnen komen. Achteraf gelachen hebben we ook om onze jeepsafari. Ik was toen met drie vrouwen (M., M. en W.) op vakantie op Gran Canaria. Een daarvan was mijn toenmalige vriendin en wij sliepen in een ander hotel dan M. en W. De afspraak was om die avond een keer niet te gaan stappen omdat we er vroeg uitmoesten en de tocht niet erg geschikt was om in gezelschap van een kater af te leggen. De volgende dag was M. erg chagrijnig en wilde aan helemaal niets meedoen. Het culmineerde toen ze mij vroeg om wat minder over hobbels te rijden tijdens een jeeprit door woest terrein. Uiteraard ontplofte ik en toen kwam direct de aap uit de mouw. Het was nogal laat geworden, of eigenlijk vroeg en M. had dus nauwelijks geslapen. Ik nam vervolgens ‘per ongeluk’ nog wat oneffenheden…

Na die tijd hielden we contact maar zagen elkaar nog maar zelden. Af en toe een lunch of een toevallige ontmoeting. Tot ik hoorde dat het slecht met haar ging en daarna weer beter. Haar overlijden, bijna twee jaar geleden, kwam dan ook als een harde klap. Kanker had haar gesloopt. Nog geen veertig. Het is onrechtvaardig!