Tags

Related Posts

Share This

Een mooie dag voor de dood

De zon scheen vandaag volop. Op dagen als deze zat mijn moeder graag buiten op haar bankje. De eerste zonnestralen van het nieuw jaar meepakkend. Vandaag was haar crematie. En vandaag was bijzonder, waardevol, lief en warm. Vandaag was zonnig. Vandaag vergeet ik nooit meer.

Net zoals ik nooit meer vergeet hoe medelevend iedereen was. Als mensen zeggen ‘het waren er teveel om te bedanken’ vond ik dat altijd een beetje overdreven maar ik heb de afgelopen dagen gemerkt dat dit echt waar kan zijn. Overweldigend en mooi hoe mensen reageren. Van mailtjes van vage bekenden tot condoleance-kaarten van dierbare familie, vrienden en bekenden. Van Twitter tot Facebook en van LinkedIn tot deze blog. Van bossen bloemen van Tweeps die al veel meer zijn dan dat tot warme belangstelling van oude en nieuwe collega’s. Van mensen die ik in jaren niet meer gezien heb tot bezoek van mijn beste vrienden. Het waren er dus echt teveel om persoonlijk te bedanken dus:

MENSEN, ALLEMAAL ONTZETTEND BEDANKT! WAT VOELT DAT GOED.

Drie mensen wil ik hier wel graag noemen. Mijn schoonzus Betsy en mijn broer Franc, die mijn moeder zo geweldig hebben verzorgd en het onderste uit de liefdeskan hebben gehaald. Dat is niet te beschrijven, dat is groots! Love you! En natuurlijk mijn lieve Wendy die precies begreep wat er wel en niet nodig was en die heel veel van mijn moeder hield.

Mijn speech van vandaag:

Eigenlijk mocht ik hier van mijn moeder niet staan. ‘En als het dan toch moet hou het dan kort,’ zei ze me nog maar twee weken geleden. Ik zei toen al dat ik een klein beetje zou luisteren. Ze had een hekel aan begrafenissen waar de overledene werd opgehemeld.

Laat ik dan maar beginnen met een minder leuk moment uit haar leven. Namelijk mijn geboorte. Ik was (ben) een ongelukje en op het moment dat dokter Straathof haar mededeelde dat haar vage klachten duidden op een zwangerschap barstte ze in tranen uit. Waarop Straathof zei: ‘mooi hè?’ Waarop mijn moeder antwoordde: ‘mooi? ik huil van verdriet.’ Uiteindelijk was ze toch blij met me hoor!

Ons moeder was behalve lief, behulpzaam en zorgzaam, ook iemand die duidelijk zei waar het op stond. Sommige mensen hadden daar moeite mee. Mij heeft het ver gebracht. Ik kwam van de lagere school met tienen en een glanzend VWO advies. Toen ik echter na het tweede rapport in de brugklas een mavo-havo advies kreeg zei mijn moeder droog en duidelijk: ‘als je het dan niet kan, dan ga je toch gewoon naar de mavo?’ Ik was daar zo boos over dat ik me een slag in de rondte heb gewerkt en uiteindelijk naar 2 vwo mocht. En daarvoor ben ik haar altijd dankbaar geweest.

Mijn moeder hield zielsveel van haar kinderen. Ook, of zo u wil, zelfs van mij. Ze smeerde mijn boterhammen, zat klaar met een koekje en thee en was er gewoon als je haar nodig had. Ik hield zielsveel van mijn moeder. Ik vond het geweldig hoe ze het verlies van mijn vader verwerkte, vond het helemaal top dat ze op haar 81e nog oppaste op Juultje en Pleun. Was trots op het feit dat ze nog steeds veel sportte en naar de sauna ging en we deelden allebei de passie voor PSV. Na haar pensioen is ze steeds samen met mij naar thuiswedstrijden gegaan. Zestien jaar lang.

Tot ze vrij plotseling ziek werd. Erg ziek. Ineens was ze hulpbehoevend. Ineens lag ze daar in bed. De afgelopen maanden waren hard en moeilijk voor haar. Maar ze sloeg zich er geweldig doorheen. Ze had een enorme overlevingsdrang en een sterk hart en sterke geest. 1 moment zal me altijd bijblijven.

Ik sliep bij haar in de woonkamer. Ineens werd ze midden in de nacht wakker. Ze riep me en vroeg of ik naast haar wilde komen zitten. Daar zaten we midden in een doordeweekse nacht in de ouderlijke huiskamer. Ze vertelde dat ze bang was. Bang voor wat komen ging. Bang om dood te gaan. Maar ook verdrietig. Verdrietig dat ze Pleun niet naar de basisschool had kunnen brengen. Verdrietig dat ze nog zoveel had willen doen. Ik troostte haar, was even heel dichtbij. Diezelfde nacht zette ik de klok bij ons in de huiskamer stil. Ik kon er niet van slapen. Maar ik kon van iets anders niet slapen. Namelijk de gedachte dat mijn moeder er niet meer zou zijn.

Die nacht werd ze nog eens wakker. Om een uur of 5. Weer riep ze me, nu met de vraag ‘of ik de spoelbak in de keuken wel in de loda had gezet.’ Nee dus, en zo stond ik dus bij het krieken van de dag schoon te maken. Want alles moest natuurlijk wel schoon blijven. Mijn moeder knikte vervolgens goedkeurend en viel in slaap.

Afgelopen dinsdag was die slaap definitief. Ze streed nog 24 uur en liet het toen gaan. Lieve moeder, het is goed zo. Wij houden zielsveel van je en in augustus 2012, als Pleun naar school gaat, neemt ze in haar rugzakje haar lieve oma Mientje mee…