Online Luctor et emergo

Deze blog is geen veroordeling van mensen die anders denken. Het is een worsteling die ik al jaren doormaak. Ik kan heel goed aan mensen uitleggen hoe online werkt. Ik kan mijn enthousiasme overbrengen. Ik ben daar best goed in eigenlijk. Ook aan mensen die niet willen. En toch houdt die laatste groep mij bezig. Vandaar deze blog. Een open brief aan mezelf.

 

Ze zat naast me en vroeg wat Twitter is want dat kende ze niet. Plaats van handelen had een kroeg in 2008 kunnen zijn maar het was het podium van de bibliotheek in 2012. Op haar briefje staat: ‘een kort interview met de ‘online strateeg.’

 

Dat was ik. Ik krijg deze vraag wel vaker. Of de opmerking dat iemand ‘niet hoeft te weten of iemand op de wc zit.’ Meestal is het onwetendheid. Ik verdenk de gesprekleider ervan dat ze haar gebrek aan kennis cultiveert. En ik zie dat vaker met Social Media. ‘Ik ben conservatief en blijf dat.’

 

Na afloop vroeg mijn vakbroeder Edwin van Enck of ik daar niet moe van werd. Ik antwoordde hem dat het went. Toch zette zijn vraag mij aan het denken.

 

Volgens de wet van de dialectiek zouden zij en ik iets moois voortbrengen. En is haar terughoudendheid net zo belangrijk als mijn vooruitstrevendheid. Maar helaas hadden Hegel c.s. het met hun theorie ook niet altijd bij het rechte eind en belangrijker nog; dan zou ik gaan fungeren als een evangelist. En als ik nu als atheïst een ding niet wil zijn is het dat.

 

Even bedacht ik me dat ik mijn enthousiasme over social media en online marketing ook cultiveer. Maar in al mijn presentaties benadruk ik ook de nadelen en merk ik op dat het niet het zoveelste wereldwonder is. Ik denk en hoop dus van niet.

 

Wat nu? Zij mag denken wat ze wil. En ik mag zeggen wat ik wil. Toch houdt het me meer bezig dan ik had gedacht. Is het van mijn kant een drang naar absolute erkenning? Dat de online wereld niet alleen bestaat maar ook heel veel moois brengt? Zowel zakelijk als privé ? Dat ik het zonde vind als mensen dat missen? En is dat laatste al niet iets van preken? Of is het van haar kant angst? Het calvinisme dat diep geworteld zit in sommige mensen en zulke ‘ledigheid’ verbiedt. Of gewoon een interview-techniek?

 

Het laat me niet los. Zal ik haar eens ouderwets bellen voor een goed gesprek?