Nostalgie

Ik zag vanmiddag deze foto’s en toen overviel het me weer. Nostalgie. Een vreemd gevoel. Ik ben van de vooruitgang, van nieuwe dingen, van early adopten, van modernisme en vooral van deze tijd. Nostalgie is niets van dat. Nostalgie is een gevoel. Een buikgevoel. Soms prettig, maar vaak ook van een onbeantwoord verlangen, een horizon die achter je ligt terwijl je vooruit wordt geblazen. Je kunt erin zwelgen en dat doe ik dan ook af en toe. Maar nostalgie blijft onbestemd. Je zwelgt een eind heen maar komt nooit uit op het punt dat je ooit, bijna altijd onbewust, hebt achtergelaten. Als achtjarig jongetje passeerde ik niet de poort van het oude St. Josephziekenhuis om te bedenken dat dit een stukje nostalgie to be zou worden. Mijn neusamandelen, waar ik trouwens niet met weemoed aan terugdenk, moesten eruit. Punt. Maar nu bekijk ik deze foto en loop ik in gedachten met mijn moeder over het binnenterrein. Bewonder het hoge bakstenen gebouw en hoor mezelf zeuren om een koek. Ik verfoei de mensen die besloten om het af te breken en zou wensen dat het weer in volle glorie te bewonderen was aan de Aalsterweg. Die hang naar vroeger zit altijd weer even in mijn systeem. Ik vraag me dan ineens weer af wat hoe de bewoners van ons huis tijdens de oorlog leefden, hoe mijn vader over diezelfde Aalsterweg fietste in pak-hem-beet 1973. Gelukkig blijf ik er niet in hangen. Morgenvroeg schreeuwt een van mijn dochters me weer 2011 in. Toch sta ik sterk achter de gedachte “niet slopen, tenzij.” Een echt gebouw zegt meer dan 1000 foto’s, al zijn er die gelukkig nog! En tsja, als er dan toch gesloopt wordt is de nostalgie des te heviger. En ergens is dat onbestemde gevoel...

Kalverliefde May21

Kalverliefde

Mam, mag ik na het eten nog even een eindje fietsen? Omdat je wist dat H. om half zeven via een bepaalde route naar de sportclub fietste, reed jij die avond tegendraads. Haar contouren in de verte zien, toch nog snel willen omdraaien, maar met kloppend hart doorfietsen en heel voorzichtigjes ‘hoi’ zeggen en haar daarna veel te lang nakijken. Dat gevoel is iets dat nooit meer zo terugkomt. Het is nostalgie, het is voorbij, maar toch zit het in je hart. Het zwembad, een warme zomerdag. Samen met je vriendjes en vriendinnetjes in de rij. H. was er ook. Jezelf zo manoeuvreren dat je dusdanig in de groep loopt dat jouw handdoek wel naast de hare moet liggen. Net iets te hard toespelingen en grapjes maken. Af en toe met je voet de hare raken. Van haar chips proeven, hmmm! Een winterdag in januari. Avondopening van de bieb. Met rode konen van opwinding, hard trappend naar de boekenuitleen. A,B,C,D, o nee, Beckman was het toch? Ja, dat is hem! Abonnementje tonen, snel af laten stempelen. Boek tussen je jas en je hart. Thuis op bed ploffen en weten dat je in hetzelfde boek leest als H. Dat schept een band. ‘Marc, breng jij dit even naar de Petrusschool?’ O, wat was het fijn dat ik vlakbij de combinatieschool woonde. Ik versnelde mijn pas om bijna hardlopend op ‘De Petrus’ aan te komen. Zoals ik vroeger met een brandend kwartje in mijn zak hijgend bij de snoepwinkel binnenviel. Het dossier was mijn paspoort tot haar ogen. Die vond ik direct toen ik de klas in struikelde en nog net voordat ik hard op mijn neus viel, ving ik H’s glimlach op. Onbetaalbaar! ‘Ik ben net onderweg naar de boer om voor mijn moeder aardappels...