Meer dan een halve eeuw…...

Gisteren was het open dag in het huis van mijn ouders. Ze hebben in dat huis samen veertig jaar en mijn moeder zelfs vijftig jaar gewoond. Ik ben er geboren en lief en leed is er gedeeld. Het was zomaar een idee om vrienden, familie en kennissen afscheid te laten nemen van het huis, de spulletjes en de plek. Mensen mochten ook een aandenken meenemen. We wisten dan ook niet wat we moesten verwachten. Maar wat was het een geslaagde dag! Heel veel mensen wilden graag nog een keer bij Mientje (en Cor) zijn. Nog een keer die geur opsnuiven, nog een keer in die vertrouwde omgeving zijn. We hebben ook veel mensen blij gemaakt met spullen. De een met spulletjes voor een kind dat op kamers ging, de ander met plantjes voor in de tuin. Weer een ander met Mientje’s sporttas of met een hangertje of schilderijtje. Geweldig om te zien, geweldig om mogelijk te maken. Maar ik zag ook verdriet. Vrienden en familie die al meer dan een halve eeuw bij mijn ouders kwamen en dat nu nooit meer zullen doen. Ik vergeet het beeld nooit meer van een vriend van mijn ouders die huilend afscheid nam. Beeldjes die mijn vader ooit zelf had gemaakt stevig in zijn handen. Alsof hij nog even wilde vasthouden aan wat eens was. Er is een tijdperk voorbij. Wij bouwen nu aan dezelfde vriendschappen. Ergens hoop je dat je ooit ook zo gemist wordt. Dan heb je het goed gedaan. Ik proost vanavond op...

Kus van een mus

Ik ben lid van een fotoclubje. Sinds kort noemen we ons Club Eleven. In dat etablissement in Amsterdam was namelijk onze officiële oprichtingsborrel. Wij komen voort uit twee jaar cursus bij het Centrum voor de Kunsten op de Stratumsedijk. We vonden elkaar en fotograferen zo leuk dat we met negen jongens en meisjes verder zijn gegaan. Eens in het kwartaal geven we elkaar een opdracht en beleven we een dag samen die in het teken van de fotografie staat. M., de benjamin van de groep (don’t ask who is the senior, don’t!), bedacht dat het wel leuk kon zijn om mee te doen met ‘kus van een mus’. M. komt uit Valkenswaard en de kus bestaat uit een fietstocht door het Leenderbos langs zeven culturele stopplaatsen. Een toneelstuk, muziek en dus ook fotografie. Nadat we diverse ideeën de revue hadden laten passeren en na een voorbereidingswandeling naar de locatie (die in plaats van tien minuten maar liefst drie uur duurde door wilde runderen, slechte navigatie en beroerde topografische kennis) besloten we om het simpel, kort en (volgens ons) leuk te houden. Onze locatie was een houten uitkijktoren. Onder de toren maakten we een afgesloten hok met een gordijn ervoor. M. de vriend van de eerdere M. (wat heb ik toch met M’en?) vertelde aan de honderden! mensen, die in groepjes voorbijkwamen, de oorsprong van ‘kus van een mus’. Het verhaal ging dat kusmussen alleen in dit gebied in Valkenswaard voorkwamen en dat wij er vijf gevangen hadden. De mussen waren wel ijdel, dus mensen moesten als het gordijn viel enthousiast reageren anders zouden de mussen hen de rug toekeren. Op het moment dat we het laken naar beneden trokken werden de mensen door vijf leden van onze club gefotografeerd. Veel gelach en soms zelfs...

Het is de vooruitgang meneer… Mar15

Het is de vooruitgang meneer…...

Mijn middelbare schooltijd was in een woord geweldig. Hoewel ik eerst hemel en aarde bewoog om naar het Van Maerlant in Eindhoven te mogen ben ik achteraf toch blij geweest dat mijn ouders voet bij stuk hielden en me inschreven voor het Hertog Jancollege in Valkenswaard. Van 1980 tot 1987 beleefde ik een heerlijke VWO tijd en de school en het gebouw boden alles wat je als adolescent wilt. Zwart-wit feesten, vijflandenontmoetingen, de MR, de Kemphaan, de cour, de kantine met Peer, de reis met Duits naar Oost-Duitsland, de vele strafbezoekjes aan de conciërges en dus het schoffelen, de filmavonden en het overblijf met Cis. Buiten leren was er op het Hertog Jan heel veel te doen. Het gebouw en het hele terrein leende zich daar ook voor. Je had het hoofdgebouw met grote lokalen met veel licht. Het was geen rechttoe rechtaan gebouw, maar het was gebouwd in een slangvorm met vertakkingen. Ook bevond zich boven de kantoren van de hoofdingang nog een zolderverdieping waar voornamelijk het Biologie cluster les gaf. Binnen die speciale vorm bevonden zich twee gymzalen en ook twee ingesloten cours waar je redelijk intiem je bammetjes op kon eten (en als je ze niet opat viste Cis ze wel uit de prullenbak om ze aan de uitdijende Valkenswaardse meeuwenkolonie te voeren). Naast het hoofdgebouw had je de noodlokalen. Zompige, oude lokalen met wanden van bordkarton. Toch hadden die lokalen iets unieks. Ze lagen midden in de bossen of keken uit over de oneindige sportvelden die deel uitmaakten van het terrein. Buiten de noodfabriek had je nog wat prefab gebouwen waar, zeker niet onbelangrijk, de kantine gevestigd was waar Peer de scepter zwaaide en waar je menig vrij uurtje doorbracht in nicotinedampen. Dat laatste hinderde niet, het was toentertijd de geur van vrijheid! De conciërgewoning completeerde het geheel...